In Memoriam: Jo Rikers

Vanochtend kwam onverwacht het bericht: Jo Rikers is overleden. Kwam het geheel onverwacht? Niet helemaal. Kwam het ongewenst? Heel erg.

De schaakclub, daar ken ik hem natuurlijk het beste van. Jo was anderhalve eeuw lid, waarvan een hele eeuw als bestuurder. Secretaris was zijn rol tot een paar jaar geleden. Hij was zelf zo wijs in te zien dat dat op een gegeven moment niet meer ging. Maar tot die tijd was het hoogtepunt van de bestuursvergadering de bespreking van de notulen, wat ontaardde in wedstrijdjes fouten ontdekken. Taalfouten, een verkeerde naam, een komma teveel. Alles werd uit de kast gehaald om Jo te plagen. Hij kon het hebben. Zijn grootste triomfen vierde hij toen er werkelijk geen enkele onjuistheid in zijn pagina’s lange verslag van de bestuursvergadering te ontdekken was. Maar dat was al weer vele jaren geleden.

Jo was terecht erelid. De extra ledenvergadering waarin dat bekrachtigd werd staat me nog helder voor de geest. Sjef Moerdijk kroop met verve in de rol van ceremoniemeester. Oude verhalen werden aan de vergetelheid ontrukt, Jo’s verdiensten uitgebreid uitgemeten, en één van zijn beste prestaties achter het bord werd nog eens over het voetlicht gebracht. Een feestavond werd het. Met als hoogtepunt het in het leven roepen van de Jo Rikers trofee voor de beste partij van een clublid. Voorwaarde was wel dat deze in een beslissing was geëindigd. Jo, niet de avontuurlijkste schaker en erkend remisekampioen kon de humor er wel van inzien.

Het remiseaanbod. Als Jo ergens van bekend is, dan wel daarvan. Hoe vaak heeft zijn: ‘Remise’, vaak uitgesproken op zijn Frans (‘remi’), niet door de speelzaal geklonken. Steevast ontlokte dat een glimlach op de gezichten van de aanwezigen. En vaak bracht het een moment van vertwijfeling bij zijn tegenstander. Want Jo bood niet alleen vaak remise aan, hij kon dat ook als geen ander timen. Dat ervoer ik zelf toen ik, pas op de club, tegen Jo mocht spelen. Een blunder in het begin van de partij kostte mij een stuk. Dat dreigde ik met wat complicaties later wel terug te winnen, maar Jo kon ontsnappen. Precies op dat moment bood hij remise aan. Ik kon het – objectief gezien – niet weigeren. Bij de beste voortzetting zou ik het stuk niet terugwinnen. Ik nam het aan. Jo heeft dat resultaat, zeker toen ik jaren later herhaaldelijk clubkampioen mocht worden, gekoesterd als een van zijn beste resultaten. Ik gunde hem dat van harte.

Feit blijft dat Jo in principe alleen remise aanbod als hij vond dat hij beter stond. Zijn stellingsoordeel liet hem daarbij overigens opvallend weinig in de steek. Maar wel viel op dat het ‘remi’ de laatste tijd steeds minder vaak klonk. De jaren gingen tellen. Jo’s laatste remiseaanbod werd respectloos geweigerd. De dood zette hem genadeloos mat.

Hans Ouwersloot